Je betaalt voor verkeer naar je website, maar 98% van je bezoekers vertrekt zonder te converteren. Tegelijk voelt adverteren op LinkedIn duur, met weinig respons. Die twee problemen hebben dezelfde oplossing: websitebezoekers retargeten op LinkedIn, maar dan op het niveau van het bedrijf in plaats van de cookie.
Het idee is eenvoudig. Een bedrijf dat je prijzenpagina bekeek, is warmer dan elk bedrijf dat je via functiefilters op LinkedIn kunt vinden. Herken je dat bedrijf, dan kun je de beslissers daar opnieuw bereiken. Ook de collega’s die zelf nooit op je site kwamen. Zo haal je meer uit hetzelfde verkeer en hetzelfde budget, omdat elke vertoning naar een bedrijf gaat dat al zoekt wat jij biedt.
In dit artikel lees je waarom de standaardaanpak veel bezoekers mist, hoe retargeten op bedrijfsniveau werkt en welke segmenten het meeste opleveren.
Waarom standaard LinkedIn-retargeting veel bezoekers mist
De meeste teams beginnen met de LinkedIn Insight Tag. Die code op je website bouwt een doelgroep van LinkedIn-leden die je pagina’s bezochten. Dat werkt, maar er zitten drie gaten in.
Toestemming. De Insight Tag plaatst marketingcookies. Weigert een bezoeker je cookiebanner, dan komt die bezoeker niet in je doelgroep. In Europa is dat een flink deel van je verkeer.
Eén persoon, geen bedrijf. Een pixel onthoudt alleen de persoon die je site bezocht. In B2B beslist zelden één persoon. De financieel directeur die de offerte moet tekenen, heeft je website misschien nooit gezien.
Geen filter. Een websitedoelgroep bevat iedereen: studenten, sollicitanten, concurrenten en bestaande klanten. Je betaalt voor vertoningen aan mensen die nooit bij je gaan kopen.
Daar komt iets bij dat onze partners vaak zien: veel B2B-bedrijven gebruiken op LinkedIn precies dezelfde targeting op functie en branche. Iedereen bereikt dan dezelfde mensen met vergelijkbare boodschappen. Wie weet wie je website bezoekt, heeft een doelgroep die een concurrent niet kan kopiëren.
Die doelgroep moet wel goed gebruikt worden. Staat de basis van je campagnes nog niet, lees dan eerst hoe je LinkedIn adverteren binnen B2B goed aanpakt.
Retargeten op bedrijfsniveau: zo werkt het
Retargeten op bedrijfsniveau draait de volgorde om. Je begint niet bij een cookie, maar bij het bedrijf achter het bezoek. Dat gaat in vier bewegingen:
- Herkennen. Websitebezoekersherkenning koppelt het bezoek aan een bedrijf. Leadinfo biedt 100% bedrijfsidentificatie zonder cookies, dus een geweigerde cookiebanner haalt een bedrijf niet uit beeld.
- Filteren. Je bepaalt welke bedrijven de moeite waard zijn: passend in je ICP op branche, omvang en regio, en met relevant gedrag zoals herhaalbezoek of een bezoek aan je prijzenpagina.
- Doorzetten. Die bedrijven gaan als bedrijvenlijst naar LinkedIn Matched Audiences. LinkedIn koppelt de lijst aan de bedrijfspagina’s en aan de leden die daar werken.
- Verfijnen. Binnen die bedrijven kies je in LinkedIn welke functies je wilt bereiken, bijvoorbeeld marketing, finance of directie.
Het verschil met pixelretargeting is groot. Je bereikt niet alleen de bezoeker, maar het buying committee van een bedrijf dat aantoonbaar interesse toonde. En je besteedt niets aan bedrijven die niet in je ICP passen.
Omdat je op bedrijfsniveau werkt, heb je geen persoonsgegevens van de bezoeker nodig. Leadinfo herkent bedrijven, geen personen, en slaat geen persoonsgegevens op. De grondslag is gerechtvaardigd belang onder de AVG, en de data staat op EU-servers in Ierland en Frankfurt. Wil je weten hoe dat technisch in elkaar zit, lees dan hoe je websitebezoekers herkent zónder cookies.
Websitebezoekers retargeten op LinkedIn in 5 stappen
Stap 1: Leg je ICP vast. Welke branches, welke bedrijfsgrootte, welke regio’s? Hoe scherper je dat definieert, hoe minder budget je verspilt aan vertoningen die nooit iets opleveren.
Stap 2: Kies de pagina’s die intentie tonen. Een blogbezoek zegt iets anders dan een bezoek aan je prijzen, je demopagina of een vergelijking. Deze signalen dat een websitebezoeker klaar is om te kopen helpen je bij de keuze.
Stap 3: Bouw segmenten met labels of triggers. Leg vast wanneer een bedrijf in een segment valt. Bijvoorbeeld: past in je ICP en bekeek deze maand twee keer je prijzenpagina. Zo blijft je doelgroep een afspraak in plaats van een momentopname.
Stap 4: Koppel de segmenten aan LinkedIn. In het Scale-pakket van Leadinfo zet je een doelgroep handmatig door naar LinkedIn. In het Pro-pakket gebeurt dat automatisch en blijft de lijst actueel. Een kant-en-klare opzet vind je in de template bezoekers retargeten met minimale interactie.
Stap 5: Schrijf per segment een eigen boodschap en meet op bedrijfsniveau. Kijk niet alleen naar kliks, maar naar welke bedrijven na de campagne terugkomen op je site. Houd rekening met de minimale doelgroepomvang die LinkedIn hanteert. Een te smal segment draait niet, dus voeg kleine segmenten samen tot een bredere lijst.
Vier segmenten die op LinkedIn goed werken
Niet elk bezoek verdient dezelfde advertentie. Deze vier segmenten leveren in de praktijk het meeste op.
Prijzen- en demobezoekers die niet converteerden. Dit is je warmste segment. Toon hier bewijs of een concreet aanbod, geen introductie van wie je bent.
Terugkerende ICP-bedrijven. Bedrijven die over meerdere weken terugkomen, zitten midden in hun oriëntatie. Een praktische gids of webinar werkt hier beter dan een harde CTA.
Bedrijven in een lopende deal. Laat het bredere buying committee je merk zien terwijl sales in gesprek is. Zo plant je het zaadje bij mensen die nooit aan tafel zaten, en herkent de beslisser je naam als de offerte op zijn bureau landt.
Bestaande klanten. Haal ze uit je acquisitiecampagnes, maar gooi het signaal niet weg. Een klant die productpagina’s bekijkt buiten zijn huidige afname, is een upsellkans met een eigen boodschap.
Creditsafe combineert dit met opvolging door sales. Triggers melden de accountmanager welk bedrijf actief is, en dezelfde bedrijven zien daarna LinkedIn-advertenties. Lees hoe Creditsafe Leadinfo inzet voor de volledige aanpak.
LinkedIn is één kanaal in een groter geheel. Wil je verder kijken dan LinkedIn, lees dan hoe je websitebezoekers door de hele funnel heen retarget.
Aan de slag
LinkedIn hoeft niet duur te zijn met weinig respons, zolang je budget naar bedrijven gaat die je al kennen. Begin morgen klein. Kies één pagina die koopintentie laat zien, meestal je prijzenpagina, en noteer welke bedrijven die de afgelopen maand bezochten. Leg die lijst naast je ICP en schrap wat er niet in past. Wat overblijft is je eerste LinkedIn-segment. Leadinfo maakt die stap herhaalbaar: het herkent de bedrijven, filtert ze op je ICP en zet ze als doelgroep door naar LinkedIn. Boek een demo en zie in één gesprek welke bedrijven jij vandaag al kunt retargeten.
Veelgestelde vragen
Kun je websitebezoekers retargeten op LinkedIn zonder cookies?
Ja, als je op bedrijfsniveau werkt. De Insight Tag heeft cookietoestemming nodig, een bedrijvenlijst niet. Je herkent het bedrijf achter het bezoek, filtert op je ICP en uploadt de lijst als Matched Audience. LinkedIn toont je advertenties dan aan medewerkers van die bedrijven, zonder dat je persoonsgegevens van de bezoeker verwerkt.
Wat is het verschil tussen de Insight Tag en een bedrijvenlijst?
De Insight Tag bouwt een doelgroep van individuele LinkedIn-leden die je site bezochten en cookies accepteerden. Een bedrijvenlijst bevat bedrijven. Daarmee bereik je ook collega’s van de bezoeker, zoals de beslisser die zelf nooit op je site kwam. Bij B2B-aankopen met meerdere betrokkenen is dat meestal de sterkere basis.
Hoe groot moet een LinkedIn-doelgroep zijn?
LinkedIn hanteert een minimale doelgroepomvang voordat een campagne mag draaien. Een lijst van een handvol bedrijven haalt dat vaak niet, zeker als je ook op functie filtert. Voeg smalle segmenten samen, kijk over een langere periode terug of filter minder streng op functie tot je doelgroep groot genoeg is.
Moet ik bestaande klanten uitsluiten van retargeting?
Sluit ze uit van acquisitiecampagnes, maar niet van alles. Geef bestaande klanten een eigen segment met een eigen boodschap, bijvoorbeeld over functies die ze nog niet gebruiken. Zo ziet een klant geen introductieadvertentie meer, en gebruik je hetzelfde websitesignaal voor upsell en klantbehoud.
Welk Leadinfo-pakket heb ik nodig voor LinkedIn Audiences?
LinkedIn Audiences zit in het Scale-pakket. Daar zet je doelgroepen handmatig door naar je LinkedIn-advertentieaccount. In het Pro-pakket gebeurt dat automatisch, zodat je lijst meebeweegt met wie je site bezoekt. Welk pakket past, hangt verder af van hoeveel bedrijven je per maand wilt herkennen.